Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Biomonitoring Zeeschelde
 
Home > Kenniscentrum > Monitoring > Zeeschelde > Watervogels
 

 

Watervogels langs de Zeeschelde

Sinds oktober 91 voert het INBO maandelijks watervogeltellingen uit op de Zeeschelde. Er wordt bij laagwater geteld vanaf schepen. De volledige Zeeschelde wordt geteld in drie trajecten (Grens-Antwerpen; Antwerpen-Dendermonde; Dendermonde-Gent) en dit tijdens drie opeenvolgende dagen. Het gaat om meeuwen, sternen, duikers, futen, aalscholvers, reigers, zwanen, ganzen, eenden, steltlopers, Meerkoet en Waterhoen. Deze monitoring wordt uitgevoerd met de steun van W&Z Afdeling Zeeschelde en kadert binnen de monitoring  van de Zeeschelde.

De grootste aantallen eenden worden waargenomen in de winter tussen Rupelmonde en Baasrode. Stroomopwaarts van Dendermonde zijn de aantallen kleiner, behalve bij zeer strenge vorst, wanneer vele waterrijke gebieden dichtvriezen. Tussen Antwerpen en de Belgisch-Nederlandse grens zijn er ook in het voorjaar en tijdens de zomer relatief veel watervogels, waaronder een aantal bijlage 1 soorten van de Europese Vogelrichtlijn (Kluut, Rosse grutto en Visdief).

De totale wintermaxima evolueerden van 20.000 tijdens het eerste telseizoen tot ruim 60.000 tijdens de seizoenen 2001/2002, 2002/2003. In de drie daaropvolgende telseizoenen namen de wintermaxima af tot een niveau vergelijkbaar tot zelfs lager dan de beginperiode. De verschillen tussen zomer- en winteraantallen worden kleiner.

Van de eenden zijn Wintertaling, Wilde eend, Tafeleend en Krakeend de belangrijkste overwinteraars. De Krakeend is de enige soort waarvan 1% van de totale Noordwest-Europese  populatie overwintert in de Zeeschelde. 

De grote veranderingen in aantallen en verspreiding van watervogels in het Zeeschelde-estuarium staan in relatie tot wijzigingen in de water-kwaliteit en daaraan gerelateerde veranderingen in het voedselaanbod. Vooral de afname aan borstelarme wormpjes (Oligochaeta) is hier wellicht voor verantwoordelijk. Meeuwen en kieviten lijden minder onder het gewijzigde voedselaanbod - zij gebruiken de Scheldeboorden vooral als rustplaats. Ook op het traject richting Nederlandse grens is er minder aan de hand: hier leven naast de borstelwormpjes ook nu al andere en vaak grotere bodemdieren. 

De indrukwekkende daling van het aantal watervogels hoeft niet meteen een ramp te betekenen. Naarmate zich een meer gevarieerde bodemfauna ontwikkelt, zullen ook andere vogelsoorten aangetrokken worden. Ook het visbestand herstelt verder. Zo dringen soorten als fint en zeebaars steeds verder stroomopwaarts door. Visetende vogels zoals aalscholvers, futen en reigers kunnen daarvan profiteren. Hoe de watervogelgemeenschap zich precies zal ontwikkelen, is moeilijk te voorspellen. Veel hangt immers ook af van de toestand en de evoluties in andere Europese waterrijke gebieden en in de broedgebieden van de trekvogels.

Dit project loopt van 2001 tot 2012.
 
[aangepast 23 februari 2010]


Erika Van den Bergh, Gunther Van Ryckegem,  Nico De Regge, Jan Soors, Frederic Van Lierop

 

 
Macrobenthos
Vegetatie
Watervogels
Broedvogels
Ecoflat
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO