Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Biomonitoring Zeeschelde
 
Home > Kenniscentrum > Monitoring > Zeeschelde > Vegetatie
 

 

Schorvegetaties langs de Zeeschelde

Aansluitend op de monitoring van de watervogels en macrobenthos wordt de buitendijkse vegetatie of schorvegetatie langs de Zeeschelde opgevolgd. Schorren worden enkel bij hoogwater bij springtij overspoeld en zijn begroeid met hogere planten.  

Het vegetatieonderzoek op de schorren omvat twee complementaire objectieven. Enerzijds moet het onderzoek leiden tot een globale toestandbeschrijving en tot inzichten in de successie op schorren en de daarvoor verantwoordelijke factoren en processen. Anderzijds levert het onderzoek gegevens die het evalueren van o.a. het beheer mogelijk maakt. Terwijl de verworven data eveneens fungeren als input voor het opstellen van een vegetatiemodel voor de buitendijkse schorvegetaties en voor de implementatie van het nationaal en internationaal beleid (Kaderrichtlijn Water, Natura 2000, Instandhoudingdoelstellingen, etc.).  

Op twee verschillende methodes worden de schorvegetaties gemonitord. Enerzijds wordt gebruik gemaakt van permanente kwadraten (PQ). Dit zijn vast afgebakende proefvlakken die verspreid langs de Zeeschelde en Durme zijn gelegen, verdeeld over verschillende vegetatietypes (rietlanden, struwelen, bossen, zilte graslanden, biezen, etc.). Van deze 175 permanente kwadraten gelegen over de gehele zoet-brak gradiënt (52 op brakwaterschorren en 123 op zoetwaterschorren) wordt om de drie jaar een vegetatiekundige opname gemaakt met behulp van de decimale schaal van Londo en dit sinds 1995.  

Anderzijds worden successief gebiedsdekkende vegetatiekaarten gemaakt van de schorvegetaties. Deze vegetatiekaarten geven de ruimtelijke spreiding van de verschillende vegetatietypes weer. Door vegetatiekaarten van verschillende jaren met elkaar te vergelijken verkrijgt men een beeld van de ruimtelijke veranderingen en successie. Bij de opmaak van de kaarten wordt een holistische of top down benadering gevolgd. Op basis van luchtfoto’s en/of orthofoto’s worden herkenbare vegetatie-eenheden afgebakend binnen een GIS. Tijdens het groeiseizoen worden deze vegetatie-eenheden ter plaatse geverifieerd en benoemd door ze aan een bepaald vegetatietype toe te wijzen. De karteringseenheden zijn afgeleid uit een voorafgaande vegetatietypologie.  


De verspreiding van de verschillende vegetatietypes (vereenvoudigde legende) op het schor van Branst langs de Zeeschelde (2003) alsook het procentueel aandeel van de verschillende vegetatietypes over de verschillende jaren. Opvallend is de sterke reductie van pioniersvegetaties en de geleidelijke toename van bos. Het oppervlakte struweel en ruigte is gereduceerd door beheerswerken ten gunste van rietland. Aanvullend nog een detail van de bloeiwijze van Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera), een invasieve plantensoort op zoetwaterschorren.

De belangrijkste factor voor de differentiatie binnen de schorvegetaties is de saliniteit van het Scheldewater wat zorgt voor een duidelijke verdeling in brakwater- en zoetwaterschorren. De belangrijkste brakwaterschorren zijn het Groot Buitenschoor, het Galgenschoor en het Schor van Ouden Doel, welke gelegen zijn stroomafwaarts van Antwerpen en gekenmerkt worden door de aanwezigheid van tal van zouttolerante plantensoorten als Melkkruid (Glaux maritima), Schorrezoutgras (Triglochin maritimum), Gewoon kweldergras (Puccinellia maritima), Zilte rus (Juncus gerardi), etc. In functie van de hoogteligging worden de laagste zones, dus met de hoogste overstromingsfrequentie, ingenomen door Zeebiesvegetaties (Scirpus maritimus), welke evolueren naar Strandkweekvegetaties (Elymus athericus) en uiteindelijk Rietland (Phragmites australis) op de hogere delen. Onder begrazingsbeheer ontwikkelen zich hier zilte graslanden.  

De grotere zoetwaterschorren waarvan de Notelaar, Groot schoor van Hamme en ’t Stort de belangrijkste zijn, situeren zich stroomopwaarts van de Rupelmonding en worden getypeerd door het voorkomen van Spindotterbloemen (Caltha palustris var. araneosa), verschillende wilgensoorten (Salix x mollissima, Salix x dasyclados, Salix alba, etc.) en biezen (Scirpus triqueter, S. x scheuchzeri). Bij dalende overstromingsfrequentie onderscheiden zich pioniersvegetaties, rietlanden, ruigtes en wilgenstruwelen en –bossen. De verspreiding van de verschillende vegetatietypes (vereenvoudigde legende) op het schor van Branst langs de Zeeschelde (2003) alsook het procentueel aandeel van de verschillende vegetatietypes over de verschillende jaren. Opvallend is de sterke reductie van pioniersvegetaties en de geleidelijke toename van bos. Het oppervlakte struweel en ruigte is gereduceerd door beheerswerken ten gunste van rietland. Aanvullend nog een detail van de bloeiwijze van Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera), een invasieve plantensoort op zoetwaterschorren.

[Aangepast 6 juli 2007]


Vegetation science along the river Zeeschelde [Poster (376 kB)]


Medewerkers: Bart Vandevoorde, Alexander Van Braeckel, Frederic Van Lierop, Erika Van den Bergh 

 

 
Macrobenthos
Vegetatie
Watervogels
Broedvogels
Ecoflat
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO