Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Milieu
 
Home > Kenniscentrum > Milieu > Verzuring
 

 

Wat in de volksmond “zure regen” wordt genoemd, wordt wetenschappelijk omschreven als “potentieel verzurende depositie”. Verzuring betekent de gezamenlijke effecten van luchtverontreinigende stoffen die via uitstoot (emissie) in de atmosfeer terechtkomen en waaruit zuren (zwavelzuur, salpeterzuur) gevormd worden. Het betreft voornamelijk de emissie van de verzurende stoffen zwavel (als zwaveldioxiden: SO2) en stikstof (als stikstofoxiden: NOx  en ammoniak: NH3). Zwaveloxiden zijn afkomstig van verbrandingsprocessen van fossiele brandstoffen door voornamelijk de huishoudens, de industrie en de energie. Stikstofoxiden zijn vnl. afkomstig van het wegverkeer (transport), terwijl voor ammoniak de landbouw de belangrijkste bron van uitstoot is. De som van deze verzurende bestanddelen wordt gedefinieerd als de “potentieel verzurende emissie” wanneer het uitstoot betreft en als “potentieel verzurende depositie” wanneer deze stoffen terug neergeslagen worden. De chemische en fysische transformaties in de atmosfeer gebeuren meestal langzaam waardoor de uitgestoten luchtverontreinigende stoffen zich over grote afstanden kunnen verplaatsen, m.a.w. verzuring is een grensoverschrijdend probleem en vergt een gecoördineerde internationale aanpak. Daarom wordt bij het vastleggen van emissiereducties binnen Europa gebruik gemaakt van kritische lasten voor stikstof en zwavel. Een uitzondering op het lange-afstandstransport van luchtverontreinigende stoffen is ammoniak, dat sneller verdwijnt uit de atmosfeer waardoor het transport zich soms beperkt tot een tiental kilometer van de bron. De verzurende stoffen worden afgezet onder de vorm van natte (regen, sneeuw, hagel), occulte (mist, dauw) of droge depositie (in gasvorm of als aërosol).  

Verzuring betekent een verandering in het protonenevenwicht. Neutraal water heeft een zuurtegraad of pH-waarde van 7, terwijl niet verontreinigd regenwater een pH heeft van 5.6. Een pH-waarde kleiner dan 5.6 betekent dat er verzuring is opgetreden, wat resulteert in hogere concentraties waterstofionen. Ammoniak in het regenwater neutraliseert de andere verzurende stoffen en verlaagt de zuurtegraad. Het oogt alsof het water minder verzurende stoffen bevat, doch éénmaal de neerslag op een ecosysteem terechtkomt wordt ammoniak vrij vlug omgezet naar nitraat waardoor de zuurheid sterk toeneemt. “Verzuring” treedt rechtstreeks op wanneer verzurende componenten zich afzetten in het milieu of onrechtstreeks wanneer het chemisch evenwicht van het ecosysteem zich wijzigt (vb. uitputting van het bufferend vermogen). Naast de verzuring van oppervlaktewater en bodem worden ook materialen (vb. monumenten) aangetast. De zuurdeposities in voedselarme oppervlaktewateren hebben een negatief effect op de aquatische biodiversiteit. De gevolgen van verzuring in de bodem zijn o.a. een verminderde aanwezigheid van basische kationen en de vrijstelling van toxisch aluminium (bij pH-waarde <4.2). Het teveel aan nitraat kan uitspoelen naar het grondwater. Tenslotte beïnvloeden de verzurende stoffen rechtstreeks de diversiteit van mossen en korstmossen, aangezien zij hun voedingsstoffen direct uit de lucht opnemen.



Verwante onderwerpen:
Intensieve monitoring bosecosysteem
Monitoring luchtkwaliteit bosgebieden
FSCC



Arne Verstraeten

 

 
Ecohydrologie
Vermesting
Verzuring
Fysische verstoring
Verontreiniging
Versnippering
Klimaatverandering
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO