Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Ganzen in de Oostkustpolders
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Vogels > Watervogels > Ganzen Oostkust
 

 

Overwinterende Ganzen

Sedert de winter van 1959/1960 volgt Eckhart Kuijken de evolutie van de ganzenpopulaties die in Vlaanderen overwinteren. Vooral de Oostkustpolders zijn als kerngebied van belang voor Kolgans en Kleine Rietgans, maar ook alle andere soorten kunnen hier worden waargenomen. Overige vaste wintergebieden zijn de Scheldepolders van Linkeroever, het Noordoostvlaamse Krekengebied en de IJzervallei. Ook langs de Grensmaas komen de laatste jaren geregeld ganzengroepen pleisteren. 
Dit programma van monitoring en onderzoek legt de meeste nadruk op de twee volgende aspecten:

1)       Tellingen en verspreiding :


Tijdens het eerste en middelste weekend van elke maand vanaf half oktober tot eind maart worden tellingen gehouden die het verloop van de winteraantallen en het regionale verspreidingsbeeld schetsen.  Hierbij worden verschillende vrijwilligers ingeschakeld die in hun regio bepaalde gebieden opvolgen.
Dit onderzoek kadert tevens in de maandelijkse internationale watervogeltellingen van ‘Wetlands International’ die voor Vlaanderen door het INBO gecentraliseerd worden .
Het verspreidingspatroon en habitatgebruik van ganzen in ruimte en tijd wordt in verband gebracht met invloeden van meteorologische factoren, verstoringen, grondgebruik, gebiedsdraagkracht, interspecifieke competitie, enz.
Van 2003 tot 2005 kadert dit onderzoek in het EU-project FRAGILE, met nadruk op de Kleine Rietganzen van Spitsbergen.

2)       Kleurringen :


a) Bij Kleine Rietganzen worden sinds 1990 in Denemarken vele honderden vogels voorzien van  blauwe nekringen met een letter- en cijfercode (bvb. P52, A2G). Deze ringen zijn met telescoop afleesbaar en de gegevens zijn van belang om de trekbewegingen over de gehele flyway van de broedgebieden in  Spitsbergen over Noorwegen, Denemarken en Friesland tot Vlaanderen te volgen. Dank zij de vele honderden aflezingen - met de enthousiaste hulp van vrijwillige medewerkers - kunnen ook de regionale verspreiding en het terreingebruik van de Kleine Rietganzen in de Oostkustpolders gedetailleerd in kaart worden gebracht. Bij de Kolgans worden sinds 1998 talrijke zwarte nekringen met witte inscripties van 1 letter en 2 cijfers of letters (bvb. G36, LPG) geplaatst (Duits-Nederlands project).
Deze ringdatabank wordt gecentraliseerd door Christine Verscheure en Eckhart Kuijken. Wie ons ringrecords doorstuurt, krijgt later bericht over de levenswandel van deze individuele vogels.

b) Bij broedende Grauwe Ganzen te Damme werden sinds 2000 een 90-tal vogels van groene nekringen voorzien (reeks X 01-99 en XAA tot XAU). Deze vogels zijn eerder plaatstrouw aan de Oostkustpolders en uit de aflezingen kunnen regionale verplaatsingen en mortaliteit worden afgeleid.

c) Voor onderzoek naar Canadaganzen in Vlaanderen (tellingen, nekringen) zie ‘project Honker.

d) Voor andere soorten zijn gelijkaardige ringprojecten lopende (raadpleeg hiervoor de color-ring website.

Wie wil meewerken aan deze projecten dient de gedetailleerde ganzenkaart te raadplegen met afbakening van de gebruikte locatiecodes. Het is immers onmisbaar voor het doorgeven en registreren van tellingen en nekringgegevens om naast de datum ook de juiste gebiedscodes aan te duiden en zo mogelijk de groepsgroote per soort.  Aanvragen van deze kleurenkaart via e-mail (met opgave van postadres) is aangewezen.

Elk jaar wordt een korte samenvatting over het ganzenonderzoek gepubliceerd in Vogelnieuws, een zesmaandelijkse uitgave van het INBO over de lopende ornithologische projecten.


Eckhart Kuijken & Christine Verscheure

 

 
Ganzen Oostkust
Canadese ganzen
Voedselecologie
Ruimtelijk model
Teldata
 



Internationaal Jaar van de Biodiversiteit



  © 2010 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO