| |
Ecologie
De Atalanta kan als trekvlinder in allerlei biotopen waargenomen worden: tuinen, ruigten, bermen... De vlinder vliegt hier in één generatie per jaar. Doordat er gedurende de zomer eveneens trekkers uit het zuiden bijkomen, is het zeer moeilijk om deze generatie te onderscheiden. De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op de bovenkant van bladeren van Grote brandnetels, die op tamelijk vochtige plaatsen, maar in de volle zon staan. De rupsen zijn vaak te vinden op dezelfde plaatsen als de rupsen van de Kleine vos. De rupsen van de Atalanta maken echter individuele spinsels terwijl die van de Kleine vos gezamenlijk een spinsel bouwen. Vlak voor de verpopping zwerven de rupsen van beide soorten individueel uit, maar ze verpoppen meestal op Grote brandnetel. De overwintering gebeurt als adult, meestal in warmere streken, maar enkele zeer vroege waarnemingen suggereren dat de overwintering ook in Vlaanderen kan gebeuren. De eerste immigranten komen meestal aan vanaf april en brengen hier een generatie voort. De aantallen zijn het grootst in de maanden augustus en september wanneer de lokale generatie aangevuld wordt met immigranten. De aantallen van de Atalanta zijn over het algemeen groter en minder variabel dan die van de verwante Distelvlinder. De Atalanta kan in het najaar vaak waargenomen worden op rottend fruit. De eerste immigranten zouden afkomstig zijn uit Noord-Afrika, de volgende uit Spanje en de immigranten die ons in juli of augustus bereiken komen waarschijnlijk uit Frankrijk. Het mannetje verdedigt een territorium in de late namiddag en de vroege avond en wacht daar tot wijfjes langsvliegen. Deze territoria zijn meestal langwerpig van vorm (tussen 12 en 24 meter lang en 4 tot 13 meter breed) en liggen vaak beschut nabij bomen of muren. Per territorium heeft het mannetje meestal twee zitplaatsen (vaak op de bodem of in lage vegetatie) die beurtelings bezet worden en tegen de avond bezetten de mannetjes meestal een iets hoger gelegen en nog door de zon beschenen zitplaats. De territoria wisselen bijna dagelijks van ‘eigenaar’.
Verspreiding
Het areaal van de Atalanta strekt zich uit van Midden-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-Brittannië tot in West-Azië. In Vlaanderen wisselen de aantallen jaarlijks, maar vooral vanaf de tweede helft van de jaren tachtig lijkt de Atalanta op meer plaatsen te worden waargenomen dan voorheen. Dat is waarschijnlijk het resultaat van een meer volledige inventarisatie en niet zozeer van een werkelijk groter wordend aantal vindplaatsen. Als trekvlinder kan de Atalanta verspreid over Vlaanderen waargenomen worden. In Wallonië, Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië is de Atalanta eveneens een algemene trekvlinder. Goede jaren in Groot-Brittannië waren de jaren veertig (vooral 1945), 1950, 1952, 1955, 1969, 1973, 1976, 1982 (allemaal jaren met lange warme zomers).
Behoud
De Atalanta geniet geen wettelijke bescherming in Vlaanderen. Als trekvlinder is de soort niet vermeld op de Vlaamse of Belgische Rode Lijst. Op Europese schaal is ze niet bedreigd. In het natuurbeheer zijn geen soortspecifieke maatregelen noodzakelijk, maar kan de soort wel baat hebben bij een algemeen vlindervriendelijk beheer.
|