Ecologie
Het Geelsprietdikkopje is vooral te vinden op zowel droge als vochtige, verruigde graslanden, vaak in de beschutting van bossen. De vlinder vliegt in 1 generatie per jaar van eind juni tot midden augustus (met een piek in de maand juli). De soort wordt beschouwd als honkvast, maar waarschijnlijk is dat een onderschatting.
Verspreiding
Het areaal van het Geelsprietdikkopje strekt zich uit van Denemarken tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-Brittannië tot Klein-Azië. Het Geelsprietdikkopje was vroeger vrij algemeen, maar is momenteel algemeen. De verspreiding van het Geelsprietdikkopje fluctueert nogal sterk gedurende de 20ste eeuw. De reden van deze fluctuatie is onduidelijk. In het begin van de jaren zestig is er een dieptepunt in het aantal vindplaatsen, maar nadien breidt de soort zich geleidelijk opnieuw uit. De toename sinds het begin van de jaren tachtig is mogelijk te verklaren door de sterk toegenomen verruiging van vele graslanden (door gebrek aan beheer en voedselaanrijking), die ervoor gezorgd zou kunnen hebben dat het potentiële leefgebied zich uitgebreid heeft. Door de mogelijke verwarring met het Zwartsprietdikkopje zou menig Zwartsprietdikkopje wel eens gedetermineerd kunnen zijn als Geelsprietdikkopje zodat het werkelijke verspreidingsgebied van het Geelsprietdikkopje mogelijk kleiner is dan de kaart aangeeft. In Wallonië is het Geelsprietdikkopje een ruim verspreide soort. In Nederland is de soort plaatselijk te vinden op de voedselarme zandgronden, de laagveengronden en in de duinen. In Duitsland is de soort verspreid in heel het land te vinden met uitzondering van het uiterste noorden. In Groot-Brittannië is de soort algemeen in Engeland en Wales, maar is ze afwezig in Schotland; opvallend is tevens dat in Groot-Brittannië, in tegenstelling met Vlaanderen, het Geelsprietdikkopje een ruimere verspreiding heeft dan het Zwartsprietdikkopje.
Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud
Het Geelsprietdikkopje geniet geen wettelijke bescherming. In Vlaanderen en België is de soort momenteel niet bedreigd en ook op Europese schaal is ze niet bedreigd. Als geschikte vorm van natuurbeheer kan extensieve begrazing of gefaseerd maaien in het najaar toegepast worden. Beide beheersvormen zorgen voor een voldoende aanbod van een ruige grasvegetatie die nodig is voor de eiafleg en de lange ontwikkeling van de rupsen. Aanvullend moet erop toegezien worden dat er een voldoende groot nectaraanbod behouden blijft.
|