Ecologie
De Bruine eikenpage is vooral te vinden aan bosranden of in struwelen met eiken op voedselarme zandbodem waar eveneens vrij veel nectar te vinden is (vaak braamstruwelen). De vlinder vliegt in één generatie per jaar van midden juni tot begin augustus (met een piek in de maand juli). De wijfjes zetten de eitjes meestal af op de zuidoostkant van vrij jonge Zomereiken, maar mogelijk ook op andere eikensoorten die vaak niet hoger zijn dan 4 meter. De Bruine eikenpage gebruikt over het algemeen kleinere eiken dan de Eikenpage. Meestal worden de eitjes op de takken gelegd, maar bij zeer kleine eikjes, kunnen de eitjes zelfs laag bij de grond op de stam gelegd worden. De overwintering gebeurt als ei. In april sluipen de rupsen uit de eitjes en klimmen ze naar de groeipunten van de takken. De rupsen worden bijna voortdurend bezocht door mieren. In mei zijn de rupsen volgroeid en zoeken ze onder de eik in de strooisellaag een plekje om te verpoppen. Voor de baltsvlucht maken de vlinders meestal gebruik van vaak hogere eiken waarbij in een spiraal naar de top van de boom gevlogen wordt. Het lijkt erop dat de soort zich langsheen bosranden en houtwallen met een voldoende groot nectaraanbod over meerdere kilometers kan verplaatsen.
Verspreiding
Het areaal van de Bruine eikenpage strekt zich uit van Zuid-Scandinavië tot Noord-Spanje en van West-Frankrijk tot Libanon. De Bruine eikenpage was vroeger vrij zeldzaam, maar is momenteel zeldzaam. De grootte van het verspreidingsgebied van de Bruine eikenpage neemt sinds het begin van de 20ste eeuw geleidelijk af en bereikt een dieptepunt in de tweede helft van de jaren tachtig; in het begin van de jaren negentig lijkt de soort zich opnieuw uit te breiden, maar die vaststelling hang wellicht samen met het gerichter zoeken naar deze onopvallende soort. Vroeger werd de Bruine eikenpage voornamelijk gevonden in de Kempen, maar ook in de buurt van Brussel en op enkele zandige heideterreinen in Oost- en West-Vlaanderen. De populaties in de omgeving van Brussel zijn volledig verdwenen en ook elders zijn er heel wat vindplaatsen verloren gegaan. Momenteel zijn bijna alle vindplaatsen gelegen in de Kempen, al blijven er op enkele heideterreintjes op de zandgronden in Oost- en West-Vlaanderen nog steeds populaties aanwezig. In Wallonië is de Bruine eikenpage zeer lokaal ten noorden van de vallei van de Samber en de Maas en in de Lorraine en vrij lokaal in de Fagne-Famenne-Calestienne. In Nederland is het een minder algemene standvlinder. In Duitsland kan men de soort vooral vinden in het heuvelland en is ze minder algemeen in het laagland. De Bruine eikenpage ontbreekt in Groot-Brittannië.
Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud
De Bruine eikenpage geniet geen wettelijke bescherming. Op de Vlaamse Rode Lijst staat de soort in de categorie Kwetsbaar. Op de Belgische Rode Lijst staat de soort in de categorie Achteruitgaand, maar op Europese schaal is ze niet bedreigd. De voornaamste oorzaak voor de achteruitgang van de Bruine eikenpage is het veranderde bosbeheer waardoor zoomvegetaties met kleinere eiken verdwijnen en het nectaraanbod te klein wordt. Een geschikt natuurbeheer voor de Bruine eikenpage moet zorgen voor verjonging van eiken (opslag van jonge eiken in eikenhakhoutbossen) en het behouden of creëren van mantel- en zoomvegetaties aan de bosranden met voldoende nectarbronnen (o.a. braamstruiken) door de bosrand slechts af en toe te maaien. Ondanks het feit dat de Bruine eikenpage gemiddeld niet zo mobiel is, beschouwen we lokale herintroducties als niet prioritair; een waarneming van een Bruine eikenpage in een tuin op zo’n anderhalve kilometer van de dichtstbijzijnde populatie, suggereert dat geschikte gebieden op een niet te grote afstand spontaan bereikt kunnen worden als ze niet te ver van een bestaande populatie liggen.
|