Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Oranje zandoogje
(Pyronia tithonus)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Oranje zandoogje
 

 

Ecologie

Het Oranje zandoogje is vooral te vinden in vrij ruige graslanden vaak in de buurt van bossen of hagen. De vlinder vliegt in één generatie per jaar van begin juli tot eind augustus (met een piek tussen 20 juli en 10 augustus).
De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op de bladeren van verschillende soorten smalbladige grassen van het geslacht Struisgras en Zwenkgras of op nabijgelegen vegetatie. Soms worden de eitjes zelfs gewoon gedeponeerd boven de vegetatie. Meestal gebeurt het afzetten van de eitjes in een vrij korte vegetatie en op beschaduwde plaatsen. In totaal kan elk wijfje zo’n 100-200 eitjes afzetten. In het laatste rupsstadium kunnen zowel bruine als groene rupsen gevonden worden. Rupsen eten overdag van verschillende soorten grassen tot ongeveer eind oktober en gaan dan in diapauze. De overwintering gebeurt als rups. In het voorjaar beginnen ze opnieuw te eten, voornamelijk ‘s nachts. Poppen hangen aan de vegetatie, meestal vlak boven de grond. Eenmaal de vlinders uitgekomen zijn, besteden ze vrij veel tijd aan het zonnen. Mannetjes vertonen een ‘perching’-gedrag en onderzoeken alle vlinders die in de buurt van hun territoria komen. Vooral mannetjes zijn honkvast en kunnen vaak meerdere dagen in een zeer klein gebiedje verblijven om vervolgens tot 150 meter verder te vliegen naar een andere plaats. Mannetjes verdedigen dus een reeks van kleine, tijdelijke territoria die meestal nabij struiken of op de overgang van grasland naar struiken gelegen zijn. Het Oranje zandoogje wordt vaak samen gevonden met het Bruin zandoogje.

Verspreiding

Het areaal van het Oranje zandoogje strekt zich uit van Noord-Duitsland tot Zuid-Spanje en van West-Frankrijk en Groot-Brittannië tot de Kaukasus en Klein-Azië.
Het Oranje zandoogje was vroeger algemeen, maar is momenteel zeer algemeen. De grootte van het verspreidingsgebied neemt van het begin van de 20ste eeuw tot in het begin van de jaren zeventig langzaam af, maar neemt nadien sterk toe en blijft sindsdien vrij constant. Net zoals vroeger wordt het Oranje zandoogje voornamelijk in West-Vlaanderen, in het noorden van Oost-Vlaanderen en in de Kempen waargenomen. Recent zijn er vrij veel vindplaatsen bijgekomen in het zuiden van Oost-Vlaanderen en in Vlaams-Brabant. Het Oranje zandoogje heeft een moeilijk te verklaren verspreiding, die zowel op Vlaamse als op lokale schaal ‘gaten’ vertoont: zo kan je de soort bijvoorbeeld zeer talrijk vinden in de omgeving van Mol terwijl ze enkele kilometers verder in Leopoldsburg zo goed als ontbreekt. In de omgeving van Halle in het zuiden van Vlaams-Brabant heeft de soort recent verscheidene gebieden gekoloniseerd (persoonlijke mededeling Thomas Merckx).
In Wallonië is het Oranje zandoogje zeer lokaal ten noorden van de vallei van de Samber en de Maas, vrij lokaal in de Lorraine en zeer algemeen in de Condroz en in de vallei van de Samber en de Maas en de Fagne-Famenne-Calestienne. In Nederland is het een algemene standvlinder. In Duitsland komt de soort vooral voor in het noorden en in het midden van het land en ontbreekt ze bijna volledig in het zuiden. In Groot-Brittannië is de soort beperkt tot Engeland en Wales.

Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud

Het Oranje zandoogje geniet geen wettelijke bescherming. In Vlaanderen en België is de soort momenteel niet bedreigd en ook op Europese schaal is ze niet bedreigd.
Een geschikt natuurbeheer voor het Oranje zandoogje moet ervoor zorgen dat vooral aan bosranden vrij ruige vegetaties met veel nectarplanten kunnen ontstaan. Dit kan het beste gebeuren door het gefaseerd maaien van ruigten of graslanden in de buurt van bossen.

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO