Ecologie
Het Icarusblauwtje is vooral te vinden in droge graslanden met een vrij korte vegetatie. De vlinder vliegt in twee generaties per jaar: de eerste vliegt van begin mei tot begin juli (met een piek tussen 20 mei en 20 juni) en de tweede van begin juli tot midden september (met een piek tussen 20 juli en 20 augustus). In warme jaren kan er een derde generatie vliegen van begin september tot begin oktober. De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op de bovenzijde en aan de basis van jonge, eindstandige bladeren op centrale planten van groepjes waardplanten als Hopklaver, Gewone rolklaver, Moerasrolklaver, Luzerne, Kleine en Witte klaver langsheen paden of hogere vegetatie. Na het uitkomen zoekt de jonge rups de onderkant van het blad op en eet daar het tussenweefsel van het blad zonder de buitenlagen te beschadigen (mineren). In latere stadia voedt de rups zich overdag ook met de rest van het blad. De rupsen overwinteren laag tegen de stengel van de waardplant of andere naburige vegetatie of in de strooisellaag. De rupsen worden enkel in het laatste stadium bezocht door mieren (o.a. Formica rufa, Lasius alienus en Myrmica sabuleti). De overwintering gebeurt als rups. De verpopping gebeurt meestal op de grond, maar soms ook op de stengel van de waardplant. De poppen worden soms begraven of door mieren meegenomen naar hun nesten. De volwassen vlinders zijn bij zonneschijn actieve vliegers en bezoeken veel bloemen. ‘s Nachts slapen ze met meer samen in graspollen met hun kop naar beneden.
Verspreiding
Het areaal van het Icarusblauwtje strekt zich uit van Noord-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-Brittannië tot Oost-Azië. Het Icarusblauwtje was vroeger zeer algemeen en is dat momenteel nog steeds. De grootte van het verspreidingsgebied is zeer constant gebleven in de loop van de 20ste eeuw. De plaatsen waar de soort momenteel waargenomen wordt, komen vrij goed overeen met de vroegere vindplaatsen. Het Icarusblauwtje kan verspreid over Vlaanderen waargenomen worden en dat was vroeger ook het geval. In Wallonië, Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië is het Icarusblauwtje overal ruim verspreid.
Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud
Het Icarusblauwtje geniet geen wettelijke bescherming. In Vlaanderen en België is de soort momenteel niet bedreigd en ook op Europese schaal is ze niet bedreigd. Vermesting (graslanden) en veelvuldig maaien (wegbermen) zijn de voornaamste knelpunten voor het Icarusblauwtje. Bij het beheer moet ervoor gezorgd worden dat schrale graslanden niet te voedselrijk worden door een te grote mestgift of door een gebrek aan beheer. De beste beheersmaatregel is extensieve begrazing, maar waar dat niet mogelijk is, kan gefaseerd maaien toegepast worden tussen eind augustus en begin oktober.
|