Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Gehakkelde aurelia
(Polygonia c-album)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Gehakkelde aurelia
 

 

Ecologie

De Gehakkelde aurelia wordt vooral waargenomen in de buurt van bossen: graslanden die grenzen aan bossen, bospaden, open plekken in bossen, tuinen in een bosrijke omgeving. De vlinder vliegt in twee generaties per jaar: de eerste vliegt van midden juni tot eind augustus en de tweede van eind augustus tot eind mei van het volgende jaar.
De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk of per twee af aan de rand van de bovenkant van een blad van Grote brandnetel, Hop, wilgen, iepen of Aalbes. Het eiafzetten wordt meestal voorafgegaan door een fladderende vlucht boven de waardplant. Als het wijfje de plant aanvaardt, legt het snel een eitje en vliegt verder. De voorkeursplaatsen voor de eiafzet liggen aan bosranden, langs hagen of in brede bospaden. De rupsen voeden zich eerst op de onderkant van het blad, maar in latere stadia enkel nog op de bovenkant. Doordat de rups sterk gelijkt op vogeluitwerpselen, is ze vrij goed beschermd tegen predatie. De snelheid waarmee de rupsen zich in het voorjaar ontwikkelen is afhankelijk van de kwaliteit van de waardplant: bij een hoge kwaliteit gaat de ontwikkeling snel en dat resulteert in adulten van een lichtere kleurvorm (forma hutchinsoni), bij een lage kwaliteit is de ontwikkeling trager en zijn de adulte vlinders normaal gekleurd. In de zomer zijn er geen verschillen in ontwikkelingssnelheid van de rupsen en zijn de adulte vlinders allemaal gelijk gekleurd. De verpopping gebeurt meestal laag in de vegetatie op of in de buurt van de waardplant. In het voorjaar leggen de wijfjes eitjes en zoín 30-40% daarvan ontwikkelt zich snel en geeft lichtgekleurde adulte vlinders (f. hutchinsoni). Deze vlinders planten zich nog hetzelfde jaar voort en zorgen voor een tweede generatie in de zomer. De volwassen vlinders van deze tweede generatie overwinteren. De traag groeiende rupsen geven pas in juli adulte vlinders en planten zich niet meer voort en deze adulten overwinteren zonder te paren. De overwintering gebeurt meestal in holle bomen of takken waar de vlinder door de bruine onderkant van zijn vleugels en hun gelijkenis met een dor blad, goed gecamoufleerd is. De mannetjes verdedigen zowel in het voorjaar als in de zomer een territorium vanaf ongeveer 14 u, meestal op plekken met een zeer lage of zonder vegetatie aan de rand van het bos, in brede bospaden of langs hagen. Van op een zonnig blad of een ander zonbeschenen plekje op 1-2 meter hoogte, onderzoeken de mannetjes elk voorbijvliegend object om daarna terug te vliegen naar de oorspronkelijke plek.

Verspreiding

Het areaal van de Gehakkelde aurelia strekt zich uit van Midden-ScandinaviŽ tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-BrittanniŽ tot Japan.
In Vlaanderen was de Gehakkelde aurelia vroeger algemeen, maar momenteel is de soort zeer algemeen. Sinds het begin van de eeuw is de grootte van het verspreidingsgebied van de Gehakkelde aurelia langzaam toegenomen, met een vrij constante verspreiding sinds het begin van de jaren tachtig. Ook in Nederland en in Groot-BrittanniŽ was de Gehakkelde aurelia vroeger duidelijk minder verspreid dan nu en vertoont de grootte van het verspreidingsgebied geregeld uitbreidingen en inkrimpingen. De Gehakkelde aurelia kan momenteel verspreid over heel Vlaanderen waargenomen worden.
In WalloniŽ is de Gehakkelde aurelia een algemene soort. In Nederland is de soort vooral te vinden ten zuiden van de grote rivieren en veel minder in het noorden. In Duitsland komt de soort overal algemeen voor met uitzondering van het uiterste noordwesten. In Groot-BrittanniŽ is ze beperkt tot Engeland en Wales.

Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud

De Gehakkelde aurelia geniet geen wettelijke bescherming in Vlaanderen. In Vlaanderen en BelgiŽ is de soort momenteel niet bedreigd en ook op Europese schaal is ze niet bedreigd.
In het natuurbeheer zijn geen soortspecifieke maatregelen noodzakelijk, maar kan de soort wel baat hebben bij een algemeen vlindervriendelijk beheer.

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO