Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Vals heideblauwtje
(Plebeius idas)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Vals heideblauwtje
 

 

Ecologie

Het Vals heideblauwtje was te vinden op kruidenrijke droge heide. De vlinder vliegt in ťťn generatie per jaar van midden juni tot begin augustus. Het is een honkvaste soort.
De wijfjes zetten de eitjes bij voorkeur af aan de uiteinden van twijgjes van vrij kleine planten van Struikhei en Gewone brem die geÔsoleerd staan zodat ze zijdelings gemakkelijk aangevlogen kunnen worden. De eitjes worden vaak afgezet op planten die in de buurt van mierennesten van Lasius niger staan. De overwintering gebeurt als ei op de houtige delen van de waardplant. De rupsen voeden zich met de groeipunten van de waardplanten. De rupsen worden voornamelijk bezocht door Lasius niger, maar ook door Formica cunicularia.

Verspreiding

Het areaal van het Vals heideblauwtje strekt zich uit van Noord-ScandinaviŽ tot Zuid-Spanje van West-Frankrijk tot MongoliŽ.
Het Vals heideblauwtje was vroeger zeer zeldzaam, maar is sinds 1984 meer dan waarschijnlijk uitgestorven. Het Vals heideblauwtje is vermoedelijk altijd beperkt geweest tot ťťn of enkele heideterreinen in de buurt van Maasmechelen en Zutendaal (Mechelse Heide). Door de grote gelijkenis met het Heideblauwtje is het mogelijk dat er populaties over het hoofd gezien werden en nog steeds worden. Verder onderzoek naar de aanwezigheid van deze soort is dan ook nodig (in de eerste plaats op de Mechelse Heide).
In WalloniŽ is het Vals heideblauwtje eveneens uitgestorven. Het kwam daar vroeger enkel voor in de Lorraine. In Nederland is de soort uitgestorven sinds 1982. In Duitsland is het verspreidingsgebied sterk versnipperd. De soort ontbreekt in Groot-BrittanniŽ.

Vroegere verspreiding (<1991)

Behoud

Het Vals heideblauwtje geniet geen wettelijke bescherming. Op de Vlaamse en Belgische Rode Lijst staat de soort in de categorie Uitgestorven, maar op Europese schaal is ze niet bedreigd.
De voornaamste oorzaken voor het uitsterven van het Vals heideblauwtje moeten vermoedelijk gezocht worden in de vergrassing van de heide waardoor de kruidenrijkdom achteruitgegaan is, maar ook een verkeerd natuurbeheer (branden en wegvallen van schapenbegrazing) heeft mogelijk bijgedragen tot het verdwijnen van deze soort.
Natuurbeheer voor het Vals heideblauwtje moet ervoor zorgen dat de heide kruidenrijk blijft of wordt. Dit kan gebeuren door begrazing of door kleinschalig plaggen. Aangezien er nog een kleine kans bestaat dat de soort op de Mechelse Heide voorkomt, dient vooral daar rekening gehouden te worden met een aangepast beheer.

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO