Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Kleine ijsvogelvlinder
(Limenitis camilla)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Kleine ijsvogelvlinder
 

 

Ecologie

De Kleine ijsvogelvlinder leeft in vrij open bossen en aan bosranden met Wilde kamperfoelie waar schaduw en zon elkaar pleksgewijs afwisselen. De vlinder vliegt in ťťn generatie per jaar van midden juni tot midden augustus (met een piek in de maand juli).
De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af aan de rand van bladeren van vrij kleine Wilde kamperfoelieplanten, meestal op ongeveer 1 meter hoogte en op plaatsen met een vrij hoge luchtvochtigheid. De favoriete eiafzetplanten staan aan rand van brede bospaden of in licht beschaduwde delen van het bos en zijn meestal alleenstaand. Pas uitgekomen rupsen beginnen te eten aan de top van het blad, maar laten de middennerf intact en verlengen die nog door er eigen uitwerpselen aan te plakken. De jonge rups rust op de niet-opgegeten middennerf van het blad en is daardoor bijzonder goed gecamoufleerd voor predatoren. Om te overwinteren spint de rups eerst het blad vast aan de bladstengel om te verhinderen dat het afvalt in de herfst. Vervolgens plooit de rups de bladranden om tot een kokertje. Meestal blijven de rupsen op de plant waar ze uit het ei gekropen zijn, maar bij voedselschaarste of vlak vůůr de verpopping, leggen ze tot enkele meters af op zoek naar andere geschikte bladeren. De verpopping gebeurt aan de onderkant van een blad of aan een stengel. De mannetjes van de volwassen vlinders verdedigen individuele territoria meestal in de buurt van grotere bomen in brede bospaden. Van hieruit worden wijfjes onderschept. Kleine ijsvogelvlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, maar worden ook gezien op bloemen van braamstruiken en Sporkehout.

Verspreiding

Het areaal van de Kleine ijsvogelvlinder strekt zich uit van Zuid-ScandinaviŽ tot Noord-Spanje en van West-Frankrijk en Groot-BrittanniŽ tot Japan.
De Kleine ijsvogelvlinder was vroeger vrij algemeen, maar is momenteel vrij zeldzaam. De grootte van het verspreidingsgebied vertoont een op- en neergaande beweging (ook in Groot-BrittanniŽ) wat erop kan wijzen dat de soort zich na enkele opeenvolgende warme jaren kan uitbreiden. Vroeger werd de Kleine ijsvogelvlinder met uitzondering van West-Vlaanderen in verscheidene bosgebieden verspreid over Vlaanderen waargenomen. De huidige verspreiding is grotendeels beperkt tot de Kempen, maar ook elders (Drongengoedbos, De Klinge, Meerdaalwoud en Walenbos) komen momenteel nog populaties voor. In de omgeving van Brussel (ZoniŽnbos en Hallerbos) is de soort na 1971 volledig verdwenen.
In WalloniŽ is de Kleine ijsvogelvlinder zeer lokaal ten noorden van de vallei van de Samber en de Maas en in de Ardennen, vrij lokaal in de Condroz en in de vallei van de Samber en de Maas en in de Lorraine en vrij verspreid in de Fagne-Famenne-Calestienne. In Nederland is het een minder algemene standvlinder. In Duitsland komt de soort over bijna het gehele land voor. In Groot-BrittanniŽ is de soort beperkt tot het zuiden van Engeland.

Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud

De Kleine ijsvogelvlinder geniet geen wettelijke bescherming in Vlaanderen. Op de Vlaamse Rode Lijst staat de soort in de categorie Kwetsbaar. Op de Belgische Rode Lijst staat de soort in de categorie Achteruitgaand, maar op Europese schaal is ze niet bedreigd.
De voornaamste reden voor de achteruitgang van de Kleine ijsvogelvlinder is het veranderde bosbeheer waardoor open plekken in de bossen en mantel- en zoomvegetaties aan de bosranden verdwijnen.
Een geschikt natuurbeheer voor de Kleine ijsvogelvlinder moet zorgen voor gevarieerde bosranden en een afwisseling van licht en schaduw in loofbossen met een voldoende grote oppervlakte. Dit kan het beste gebeuren door het kleinschalig kappen van bomen, door het verbreden van de bospaden zodat er meer licht in het bos binnendringt en door het gefaseerd maaien van de bosranden waardoor er altijd voldoende nectar aanwezig is.

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO