Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Oranje luzernevlinder
(Colias crocea)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Oranje luzernevlinder
 

 

Ecologie

De Oranje luzernevlinder kan als trekvlinder in allerlei biotopen waargenomen worden, maar heeft een voorkeur voor bloemrijke graslanden of bermen (wegen, kanalen, spoorwegen).
De eerste vlinders kunnen waargenomen worden vanaf eind april, maar meestal duurt het tot begin juli alvorens de aantallen enigszins toenemen. Ze kunnen hier meestal ťťn generatie voortbrengen (afhankelijk van de zomertemperaturen soms zelfs meerdere), die in augustus haar hoogtepunt bereikt. Ze zijn echter niet in staat om hier te overwinteren. Eitjes worden meestal afgezet op de bovenkant van een blad van Luzerne, maar ook op andere planten uit de Vlinderbloemenfamilie. De groei van de rupsen hangt af van de temperatuur. De verpopping gebeurt meestal op de waardplant zelf. Zowel de rupsen als de poppen zijn niet bestand tegen langdurige vochtigheid of vriestemperaturen.

Verspreiding

Het areaal van de Oranje luzernevlinder strekt zich uit van Zuid-ScandinaviŽ tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-BrittanniŽ tot West-AziŽ.
De Oranje luzernevlinder wordt in jaarlijks wisselende aantallen waargenomen en goede jaren (zogenaamde invasiejaren) waren 1928, 1945, 1947, 1962, 1982, 1983, 1984, 1994, 1996 en 1998. Als trekvlinder kon de soort vroeger verspreid over Vlaanderen waargenomen worden. Ook vandaag is dat zo.
Ook in WalloniŽ, Nederland en Duitsland wordt de Oranje luzernevlinder in jaarlijks wisselende aantallen waargenomen. In Groot-BrittanniŽ worden 1877, 1892, 1900, 1913, 1928, 1937, zes jaren tussen 1941 en 1950, 1955, 1969 en 1983 als invasiejaren beschouwd.

Behoud

De Oranje luzernevlinder geniet geen wettelijke bescherming. De soort is als trekvlinder niet opgenomen in de Vlaamse of Belgische Rode Lijst, maar op Europese schaal is ze niet bedreigd.
In het natuurbeheer zijn geen soortspecifieke maatregelen noodzakelijk, maar kan de soort wel baat hebben bij een algemeen vlindervriendelijk beheer.

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO