Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Hooibeestje
(Coenonympha pamphilus)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Hooibeestje
 

 

Ecologie

Het Hooibeestje heeft een voorkeur voor korte en vrij voedselarme, droge graslanden. De vlinder vliegt meestal in twee elkaar overlappende generaties per jaar waarvan de eerste vliegt van eind april tot eind juni (met een piek tussen 10 mei en 10 juni) en de tweede van begin juli tot eind september (met een piek in de maand augustus). In warme jaren kan een kleine derde generatie vliegen.
De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op lage tot zeer lage planten van verschillende soorten grassen van het geslacht Zwenkgras, Beemdgras, Struisgras, Schapegras en Reukgras. De eitjes worden meestal laag bij de bodem op bladeren, maar soms ook op bloeiaren afgezet op waardplanten die bij voorkeur aan wegranden of op de overgangen tussen hoge en lage vegetatie staan. De ontwikkeling van de rupsen is, zoals bij het Bont zandoogje, erg variabel. De overwintering gebeurt als rups. De verschillende generaties overlappen zeer sterk en zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. Het Hooibeestje is vaker te vinden op graslanden met een korte vegetatie dan het Bruin en het Oranje zandoogje, die beide een iets hogere vegetatie verkiezen. Het samen voorkomen van deze drie soorten duidt op de aanwezigheid van een gevarieerd en soortenrijk grasland. Het Hooibeestje wordt beschouwd als een gemiddeld honkvaste soort die gewoonlijk korte afstanden aflegt van zoín 30-120 meter. Vooral grotere mannetjes besteden meer tijd aan het verdedigen van territoria dan kleinere mannetjes, die veel meer rondvliegen. Binnen de territoria is de kans dat een mannetje een wijfje paringsbereid vindt groter dan erbuiten. Duels tussen mannetjes zijn vrij frequent in of in de buurt van deze territoria. Meestal verlaat ťťn van de mannetjes het territorium na het gevecht. Territoria zijn meestal gelegen in de buurt van bomen, struiken of hagen. Het al dan niet vertonen van een zit-en-wachtstrategie of een patrollingstrategie is ook afhankelijk van de temperatuur: bij hogere temperaturen vliegen de mannetjes meer rond terwijl lagere temperaturen meer aanleiding geven tot een zit-en-wachtgedrag. Maagdelijke wijfjes vliegen vrij laag heen en weer over de vegetatie in de territoria van de mannetjes terwijl al gepaarde wijfjes de territoria van de mannetjes vermijden.

Verspreiding

Het areaal van het Hooibeestje strekt zich uit van Noord-ScandinaviŽ tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-BrittanniŽ tot de Kaukasus en Noord-Iran.
Het Hooibeestje was vroeger zeer algemeen, maar is momenteel nog slechts algemeen. De grootte van het verspreidingsgebied van het Hooibeestje is vrij constant in de loop van de 20ste eeuw, al lijkt de soort sinds de tweede helft van de jaren zeventig een geleidelijke afname te vertonen. De plaatsen waar het Hooibeestje vroeger en nu waargenomen werden zijn niet wezenlijk veranderd. Vooral op de zandgronden (in het noorden van West- en Oost-Vlaanderen en in de Kempen, maar ook in het Hageland en ten zuiden van Brussel) kon en kan de soort waargenomen worden. Ten noorden van Brussel zijn echter vrij veel vindplaatsen verloren gegaan. Op de monitoringroutes in Nederland stelde men vast dat het Hooibeestje in 1991 zeer sterk in aantal achteruitgegaan was en dat de soort zich nadien sneller herstelde in de duinen dan in het binnenland (Figuur 15). Deze sterke terugval wordt verklaard door zeer ongunstige weersomstandigheden in het voorjaar van 1991: maart en de eerste helft van april waren zeer warm waardoor de rupsen vroeger begonnen te eten dan andere jaren, maar vanaf midden april tot begin juli was het zeer slecht weer met zelfs nachtvorst eind april. Deze koude periode heeft waarschijnlijk voor heel wat rupsen en poppen van het Hooibeestje de dood betekend.
In WalloniŽ, Nederland, Duitsland en Groot-BrittanniŽ is het Hooibeestje overal algemeen.

Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud

Het Hooibeestje geniet geen wettelijke bescherming. In Vlaanderen en BelgiŽ is de soort momenteel niet bedreigd en ook op Europese schaal is ze niet bedreigd.
Ondanks het feit dat het Hooibeestje momenteel niet bedreigd is, gaat de soort al meerdere jaren achteruit. De voornaamste oorzaken hiervan zijn vermoedelijk de vermesting van de graslanden en de schaalvergroting door een intensivering van de landbouw.
Een geschikt natuurbeheer voor het Hooibeestje moet ervoor zorgen dat de vliegplaatsen niet te ruig worden zodat de wijfjes in de lage delen van de vegetatie geschikte eiafzetplaatsen kunnen vinden. Op grotere graslanden kan extensief begraasd worden. Maaien biedt een goed alternatief als het gefaseerd gebeurt zodat niet alle eitjes, rupsen en poppen met het maaisel afgevoerd worden. Ook moet erop toegezien worden dat in de onmiddellijke omgeving van vrij schrale graslanden hier en daar bomen of struiken staan van waarop de mannetjes hun territorium kunnen verdedigen. Het Hooibeestje is een soort die gebaat is bij een vlindervriendelijk bermbeheer (gefaseerd maaien van bermen en afvoeren van het maaisel).

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO