| |
Ecologie
De Adippevlinder is een typische soort van bloemrijke bosranden, brede bospaden, kapvlakten en voedselarme, bloemrijke graslanden in de buurt van bossen. De vlinder vliegt in één generatie per jaar van eind juni tot eind augustus. De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op strooisel in de buurt van verschillende soorten viooltjes, voornamelijk Maarts viooltje en Bleeksporig bosviooltje. Bij het zoeken naar geschikte waardplanten, richt het wijfje zich op licht beschaduwde plekjes onder struiken of graspollen. De soort overwintert als rups. Bij het uitkomen in het voorjaar gaat de rups op zoek naar jonge viooltjes en begint te eten aan de rand van jonge blaadjes. Om hun rupsstadium te kunnen voltooien, moeten de rupsen op geregelde tijdstippen kunnen zonnen op beschutte warme plekken. Vlak vóór de verpopping verlaat de rups de waardplant en spint een tent van bladeren om aan het dak ervan te verpoppen. De volwassen vlinders zijn enkel actief bij zonneschijn en hebben een snelle vlucht. Bij slecht weer, of ‘s nachts, zitten de vlinders meestal in de bovenste takken van de bomen. De mannetjes verdedigen geen territorium, maar patrouilleren vaak langsheen bosranden op zoek naar wijfjes.
Verspreiding
Het areaal van de Adippevlinder strekt zich uit van Midden-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk en Groot-Brittannië tot West-Azië. De Adippevlinder was vroeger zeer zeldzaam, maar is vermoedelijk sinds 1947 uitgestorven. De Adippevlinder werd vroeger voornamelijk waargenomen in de buurt van het Hallerbos, het Zoniënbos en het Meerdaalbos, maar ook daarbuiten werden enkele waarnemingen van vermoedelijk zwervers gedaan (Deurne en ‘s Gravenwezel in 1942, Gaasbeek in 1950 en Meeuwen-Gruitrode in 1986). In Wallonië is de Adippevlinder zeer lokaal in de Condroz en in de Vallei van de Samber en de Maas, lokaal in de Lorraine en vrij ruim verspreid in de Ardennen. In Nederland was de soort een onregelmatige standvlinder, maar nu worden enkel nog zwervers waargenomen (in het zuiden van Nederlands Limburg). In Duitsland komt de soort vooral in het midden, het noordoosten en het zuiden van het land voor en veel minder in het noorden. In Groot-Brittannië is de soort voornamelijk beperkt tot het zuiden van Engeland.
Vroegere verspreiding (<1991)

Behoud
De Adippevlinder geniet geen wettelijke bescherming in Vlaanderen. Op de Vlaamse Rode Lijst staat de soort in de categorie Uitgestorven. Op de Belgische Rode Lijst staat de soort in de categorie Kwetsbaar, maar op Europese schaal is ze niet bedreigd. De voornaamste oorzaak van het uitsterven van de Adippevlinder is het veranderde bosbeheer. Hierdoor verdwenen open zonnige plekken in de bossen en mantel- en zoomvegetaties aan de bosranden waardoor de temperatuur op de bodem te laag werd voor het voltooien van de levenscyclus. Een geschikt beheer moet ervoor zorgen dat er in de loofbossen opnieuw open grazige en bloemrijke plekken ontstaan en dat er, door gefaseerd maaibeheer aan de bosranden of op brede bospaden, opnieuw mantel- en zoomvegetaties kunnen ontstaan. Herintroductie van deze allang uitgestorven soort beschouwen we momenteel als niet prioritair.
|