Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Koevinkje
(Aphantopus hyperantus)
 
Home > Kenniscentrum > Fauna > Insecten > Dagvlinders > Verspreiding > Koevinkje
 

 

Ecologie

Het Koevinkje heeft een voorkeur voor vrij ruige droge en vochtige graslanden die vaak in de buurt van bossen liggen. De vlinder vliegt in ťťn generatie per jaar van midden juni tot midden augustus (met een piek in de maand juli).
De wijfjes zetten de eitjes niet rechtstreeks op de waardplanten af, maar laten ze in de vegetatie vallen. De rupsen voeden zich met verschillende soorten grassen van het geslacht Dravik, Zwenkgras, Beemdgras, Witbol, Struisgras, Struisriet en Smele. De rupsen eten bijna enkel Ďs nachts en schuilen overdag aan de basis van de waardplant. In het voorjaar kunnen de rupsen Ďs nachts vrij gemakkelijk gevonden worden met behulp van een zaklamp in vochtige graslanden ongeveer op kniehoogte. De overwintering gebeurt in het derde rupsstadium en bij zacht weer eten de rupsen ook in de winter. De verpopping gebeurt aan de basis van de waardplant en in een ijl zijden spinsel. De vlinders vliegen bijna voortdurend, zelfs bij vrij slecht weer. Voor verplaatsingen tussen open plekken in bossen worden vaak brede bospaden gebruikt en vliegt de vlinder niet over de bomen naar een naburige open plek. De mannetjes vertonen een patrouilleergedrag op zoek naar wijfjes.

Verspreiding

Het areaal van het Koevinkje strekt zich uit van Midden-ScandinaviŽ tot Noord-Spanje en van West-Frankrijk en Groot-BrittanniŽ tot Ussuri.
Het Koevinkje was vroeger algemeen en is dat momenteel nog steeds. Tussen het begin van de 20ste eeuw en de eerste helft van de jaren zeventig neemt de grootte van het verspreidingsgebied langzaam af, maar vanaf de tweede helft van de jaren zeventig is er opnieuw een geleidelijke toename. De vindplaatsen van het Koevinkje zijn ten opzichte van vroeger niet zoveel veranderd en de soort kan vooral op de zandgronden in het noorden van West- en Oost-Vlaanderen en ten oosten van de lijn Antwerpen-Brussel gevonden worden.
In WalloniŽ, Nederland en Duitsland is het Koevinkje een algemene verschijning. In Groot-BrittanniŽ is de soort algemeen in het zuiden van Engeland en Wales, maar is ze lokaal in Schotland.

Vroegere verspreiding (<1991)

Huidige verspreiding (>1991)

Behoud

Het Koevinkje geniet geen wettelijke bescherming. In Vlaanderen en BelgiŽ is de soort momenteel niet bedreigd en ook op Europese schaal is ze niet bedreigd.
Een geschikt natuurbeheer voor het Koevinkje moet zorgen voor ruigten en geleidelijke overgangen tussen graslanden en bossen. Extensieve begrazing is hiervoor de meest geschikte beheersmaatregel, maar gefaseerd maaibeheer (best in het begin van augustus) is een goed alternatief.

 

 
Aardbeivlinder
Adippevlinder
Argusvlinder
Atalanta
Bont dikkopje
Bont zandoogje
Boomblauwtje
Bosparelmoervlinder
Boswitje
Bretons spikkeldikkopje
Bruin blauwtje
Bruin dikkopje
Bruin zandoogje
Bruine eikenpage
Bruine vuurvlinder
Citroenvlinder
Dagpauwoog
Dambordje
Distelvlinder
Duinparelmoervlinder
Dwergblauwtje
Eikenpage
Geelsprietdikkopje
Gehakkelde aurelia
Gele luzernevlinder
Gentiaanblauwtje
Groentje
Groot dikkopje
Groot geaderd witje
Groot koolwitje
Grote ijsvogevlinder
Grote parelmoervlinder
Grote vos
Grote weerschijnvlinder
Heideblauwtje
Heivlinder
Hooibeestje
Icarusblauwtje
Iepenpage
Keizersmantel
Klaverblauwtje
Klein geaderd witje
Klein koolwitje
Kleine heivlinder
Kleine ijsvogelvlinder
Kleine parelmoervlinder
Kleine vos
Kleine vuurvlinder
Koevinkje
Kommavlinder
Koninginnepage
Landkaartje
Moerasparelmoervlinder
Oranje luzernevlinder
Oranje zandoogje
Oranjetipje
Pimpernelblauwtje
Rouwmantel
Sleedoornpage
Spiegeldikkopje
Vals heideblauwtje
Veenhooibeestje
Veldparelmoervlinder
Woudparelmoervlinder
Zilveren maan
Zilverstreephooibeestje
Zilvervlek
Zwartsprietdikkopje
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO