| |
Pilootproject rivierbedverruiming Grensmaas: Meeswijk
In het pilootproject aan het veer van Meeswijk werd in oktober 2003 1 km oever afgegraven. De oeverlijn werd met ongeveer 50 m teruggetrokken. Er ontstond een brede grindbank, die tijdens de eerste winter een afwisselend patroon van enerzijds sedimentatie van fijn grind (D50: 5 mm) en anderzijds erosie van maximaal ongeveer 10 cm tot op een afpleistering (mediaan diameter D50: 15 mm) (Figuur 1) met zich meebracht.

Foto van de nieuwe grindbank te Meeswijk, met aanduiding van de zones waar de eerste winter sedimentatie en erosie (afpleistering) is opgetreden.
Het resultaat van deze processen is een grindbank met fijn gegradeerd, zuiver grind. De grindfractie is fijner dan deze die gemiddeld in de bedding aanwezig is. De bemonstering van het eerste voorjaar na de vergraving toont de onmiddellijke kolonisatie en ruimtelijke differentiatie van de loopkevergemeenschap aan. Op de grindrug (Plot 3) zijn kenmerkende gravende soorten zoals Lionychus quadrillum aspectbepalend. Op de lage grindbank (Plot 1) komen grote aantallen van de zeldzame soorten Bembidion decorum en Bembidion atrocoeruleum voor, terwijl op de hoge grindbank (Plot 2) Bembidion femoratum, Bembidion tetracolum en Amara aenea aspectbepalend zijn. Dichtst bij de waterlijn komt ook de oeverlijnsoort Bembidion punctulatum reeds het eerste seizoen (bemonstering eerste helft juni) frequent voor.

Beeld van de nieuwe grindrug met taartweergave van de loopkeverplots
Ook de vegetatie toont een ruime variatie aan soorten met kensoorten van zowel zand- als grindbanken. Voor de zandbanken noteren we: Zandweegbree (Plantago arenaria), Kompassla (Lactuca serriola), Kleine en Citroengele honingklaver (Melilotus indicus en officinalis) en Echt bitterkruid (Picris hieracioides). En voor de grindbanken: Ruige rupsklaver (Medicago polyforma), Kleine leeuwebek (Chaenorrhinum minus), Gewone steenraket (Erisymum cheiranthoides), Grove varkenskers (Coronopus squamatus), Rode ganzevoet (Chenopodium rubrum), Stippelganzevoet (Chenopodium ficifolium), Uitstaande melde en Spiesmelde (Atriplex patula en prostrata). Ook de nieuwkomers Gingellikruid (Guizotia abyssinica) en Groot akkerscherm (Ammi majus), voelen zich hier opperbest. De aanwezigheid van talrijke soorten zandige pioniersgraslanden en ruigten toont aan dat er ook op de oevers en hogerop nog mooie ontwikkelingen te verwachten zijn.
Verwante onderwerpen: Onderzoek aan de Grensmaas Natuurontwikkelingsplan voor de Grensmaas Behoud en herstel van populaties zwarte populier in Vlaanderen
Kris Van Looy
|