Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Begrazing in de kustduinen
Habitatgebruik en foerageerstrategie van grote herbivoren in kleinschalig kustduinlandschap
 
Home > Kenniscentrum > Beheer & ontwikkeling > Natuur- en bosbeheer > Begrazing > Kustduinen
 

 

Het onderzoek naar het habitatgebruik en foerageergedrag van grote herbivoren maakt deel uit van de wetenschappelijke opvolging van het begrazingsbeheer in de Vlaamse kustduinen. Aandacht gaat naar drie soorten paardachtigen in drie natuurreservaten: ezels in de Houtsaegerduinen (80 ha), Shetlandpony's in het zuidelijk begrazingsblok (60 ha) van de Westhoek en Haflingerpaarden in Dunes fossiles de Ghyvelde (80 ha). Hier volgen enkele resultaten van deelaspecten van het onderzoek die reeds werden beëindigd.

Invloed van habitat en seizoen op het gedrag van Haflinger paarden in een kustduinlandschap: De tijdsbesteding van de paarden, gedurende de dag, komt overeen met literatuurgegevens betreffende, al dan niet wilde, vrij-foeragerende paarden. De graasduur is aan de hoge kant, vooral in herfst en winter, wat een gevolg kan zijn van de eerder lage voedselkwantiteit en –kwaliteit van de begraasde habitattypes. De Carex-graslanden worden intens begraasd, gevolgd door de mosduinen. Ruigtes, struweel en bos zijn quasi onbegraasd. De paarden grazen meer in de mosduinen in winter en lente, wat een verlaging van de graasdruk op de Carex-graslanden in deze seizoenen met zich meebrengt.

Vertonen vrij-grazend paarden latrinegedrag of defeceren ze waar ze grazen? Paarden grazend in kleinere weides concentreren hun feces in bepaalde patches, latrines genaamd. Op basis van onze waarnemingen veronderstelden we dat vrij-grazend paarden in grotere heterogene gebieden geen latrinegedrag vertonen. Dit aspect werd voor 4 paardachtigen (Konik, Haflinger, Shetlandpony’s en ezels) in 4 terreinen onderzocht. Onze conclusies zijn dat vrij-grazend paarden geen latrinegedrag vertonen, en dat de ruimtelijke verdeling van de mest kan verklaard worden door de ruimtelijke verdeling van de graasdruk. Dus, waar de paarden veel grazen, daar defeceren ze ook veel.

Wat is het effect van lactatie op het graasgedrag van vrij-grazend ezels en Shetlandpony’s? De periode van lactatie bij paarden is een periode van verhoogde voedingsvereisten. Wij onderzochten in hoeverre lacterende dieren hun graasgedrag aanpasten om aan deze verhoogde eisen te voldoen. Samenvattende kunnen we stellen dat bij zowel ezels als pony’s de lacterende dieren niet langer graasden, maar wel sneller hapten zodat ze uiteindelijk meer happen consumeerden in vergelijking met de niet-lacterende dieren. De extra graasinspanning werd vooral geďnvesteerd in die items die in het algemeen de meest begraasde waren door de paarden (grazige en ruige vegetatie met een korte vegetatiehoogte).

Volgende aspecten van het onderzoek worden nog verder uitgewerkt:

  • Methodologische aspecten van gedragstudies;
  • Graasgedrag van ezels en pony’s: effect van habitat en seizoen;
  • Habitatgebruik van pony’s en runderen grazend in een zelfde duingebied.

Dit project liep van oktober 1999 tot oktober 2003.


Maurice Hoffmann

 

 
Kustduinen
Grote hoefdieren
Konijnen
Endozoöchorie
Grensmaas
Veengebieden
Bossen
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO