Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Akkervogelrapport
Akkervogels in de problemen: wat is er aan te doen?
 
Home > Kenniscentrum > Beleid > Vlaams beleid > Provinciaal natuurbeleid > Akkervogels in de problemen
 

 

AKKERVOGELS IN DE PROBLEMEN: WAT IS ER AAN TE DOEN ?

De cijfers uit de Vlaamse broedvogelatlas tonen aan dat het slecht gaat met de traditionele akkervogels zoals Patrijs, Veldleeuwerik, Grauwe Gors, Geelgors en Ringmus: er is een afname van -50 tot zelfs -95 % op 30 jaar tijd op Vlaamse schaal. Die evolutie is niet alleen in Vlaanderen zo negatief, maar overal in Europa (zie figuur). Hoog tijd dus voor maatregelen.


Foto: Illustratie mate van achteruitgang akkervogels in Europa
(bron: Birdlife International)

De oorzaken van de achteruitgang zijn vooral te vinden in de evoluties in de moderne landbouw. De akkervogels krijgen te maken met knelpunten als:

  •          vermindering aan teeltendiversiteit
  •          sterke afname van (on)kruiden en insecten door pesticidengebruik
  •          vermindering van oogstresten (vooral graan) door efficiënter oogsten
  •          het verdwijnen van randen en ruigtes voor nestgelegenheid.
  •        versnippering van het landschap 

Ook is een aantal predatoren toegenomen (b.v. zwarte kraai, vos, huiskatten) hoewel de invloed hiervan moeilijk te becijferen is wegens het ontbreken van gericht wetenschappelijk onderzoek.

Recent verscheen een rapport van het INBO dat een overzicht biedt van allerlei mogelijke akkervogelbeschermingsmaatregelen. Het is hier te bestellen of gratis te downloaden als pdf-bestand (klik op de afbeelding hieronder).





Foto: Hier valt niets meer te rapen (Patrijs in wintergraan).

Beschermingsmaatregelen moeten betrekking hebben op zowel het bevorderen van nestgelegenheid als het verhogen van het voedselaanbod zowel 's zomers (insecten) als 's winters (graan of andere zaden). Veel soorten bouwen hun nesten in ongemaaide grasstroken van minstens 2 m breed, voor soorten van kleinschalige landschappen zoals geelgors of patrijs bij voorkeur grenzend aan een (doorn)haag. Voor veldleeuwerik en gele kwikstaart is het zinvol om per hectare wintergraan 2 vlakken van 20 m² niet mee in te zaaien, de zogenaamde leeuwerikvlakjes, maar dit dan enkel in open gebieden op meer dan 100 m van bomen en gebouwen. De voedselvoorziening kan verbeteren door het niet met pesticiden behandelen van akkerranden, zodat insecten en kruiden er kunnen overleven. De minopbrengst voor het gewas is miniem. De leeuwerikvlakjes vervullen ook deze rol. Het laten liggen en niet met herbiciden behandelen van graanstoppels is een zeer goede wintermaatregel voor vrijwel alle soorten. Zaadgewassen kunnen ook speciaal voor de vogels gekweekt worden. Het voordeel is dat hiervoor weinig oppervlakte vereist is. De beste gewassen die de meeste vogelsoorten voedsel bieden, zijn boerenkool en granen (geen haver). Boerenkool moet twee jaar blijven staan om te bloeien en pas dan zaad te zetten. Gierstmelde (of quinoa) is een zeer goede eenjarige plant. Het is een eiwitrijk landbouwgewas uit de Andes dat daar al sinds mensenheugenis wordt verbouwd als alternatief voor graan. Het produceert veel kleine zaden die door veel vogels geliefd worden. Het braak laten liggen van percelen tot na het broedseizoen is in wezen een heel eenvoudige maatregel met grote kans op succes. Door die spontane ontwikkeling één of twee jaar te behouden ontstaat terzelfdertijd een goed wintergebied.

Al deze maatregelen hebben een gunstige invloed op de overleving van natuurlijke plaagpredatoren die b.v. bladluizenplagen kunnen onderdrukken en daardoor een bezuiniging op het gebruik van pesticiden opleveren én een schoner milieu (kevers, spinnen, sluipwespen, larven van sommige zweefvliegen, …). Bovendien zijn de meeste types maatregelen erosiewerend en bodemstructuurverbeterend.


Foto: Leeuwerikvlakje in wintergraan (Zwevegem)


Foto: Grasrand als maatregel voor nestgelegenheid, dekking en voedsel
(Sint-Truiden)


Foto: Rand met quinoa als zaadgewas voor wintervoedsel (Zwevegem)

Om optimaal resultaat te hebben moet maatwerk geleverd worden: zowel op maat van de te beschermen soorten als op maat van de individuele landbouwer. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) werkt aan nieuwe beheerovereenkomsten om dit mogelijk te maken. Niets te vroeg, want zonder maatregelen zijn binnen tien jaar het merendeel van deze soorten verdwenen uit Vlaanderen. Om praktijkervaring op te doen experimenteert het provinciebestuur van West-Vlaanderen momenteel op kleine schaal met diverse maatregelen in de buurt van Zwevegem en in het Heuvelland. Over leeuwerikvlakjes bestaat intussen dit voorlopig verslag (). Hierbij werken natuurverenigingen, jagers, landbouwers en de provincie nauw samen. Ook elders in Vlaanderen vinden proefprojecten plaats, b.v. in Veurne, Sint-Truiden, Hoegaarden en Zottegem.

 
Foto: Vogelkijkers tellen akkervogels (Kemmelberg)


Lees verder:

 - Akkervogelproject Zwevegem
 - Akkervogelproject Heuvelland 

 - Homepage akkervogels



Olivier Dochy, Maarten Hens

 

 
Akkervogels in de problemen
Akkervogels Zwevegem
Akkervogels Heuvelland
Resultaten 2004-2005
 



Internationaal Jaar van de Biodiversiteit



  © 2010 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO