Over INBOKenniscentrumPublicatiesDienstverleningLinks
Natuurrapport 2009
 
Home > Kenniscentrum > Beleid > Natuurrapport > Natuurrapport 2009 > H9 - Conclusies en aanbevelingen
 

 

Natuurverkenning 2030 - Hoofdstuk 9 Conclusies en aanbevelingen




    HOOFDLIJNEN

  • Het referentiescenario zet het natuurbeleid van de afgelopen jaren verder. In de scenario’s ‘scheiden’ en ‘verweven’ ligt de focus op de doelen van de Europese Habitatrichtlijn. De drie scenario’s gaan uit van dezelfde budgettaire middelen.

  • Het verleggen van de focus naar Europees belangrijke natuur betekent meer aandacht voor bos en minder aandacht voor grasland.

  • De scenario’s ‘scheiden’ en ‘verweven’ concentreren zich beide op de Europese Habitatrichtlijn, maar hun strategieën om die na te streven zijn verschillend: indeling van de open ruimte in grote eenheden die eerder monofunctioneel zijn, versus multifunctionaliteit verspreid in de open ruimte.

  • Voor heide- en moerassoorten en voor de gevoelige bossoorten is het scenario ‘scheiden’ voordeliger, terwijl voor gevoelige soorten van grasland en akker, en voor de basisnatuurkwaliteit in de omgeving van alle inwoners, ‘verweven’ beter uitkomt. De uitdaging bestaat er nu in om na te gaan hoe deze strategieën binnen het budgettaire kader complementair kunnen worden ingezet in functie van gebieds- of soortgerichte prioriteiten.

  • Voor de realisatie van de Europese milieudoelen vertienvoudigt het Europa-scenario de oppervlakte akker met milieugericht beheer. Dit komt de gevoelige akkersoorten ten goede.

  • De ontsnippering van de waterlopen en de verbetering van de waterkwaliteit evolueren positief, maar de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water blijken zelfs tegen 2027 moeilijk realiseerbaar in het hele rivierennetwerk.

  • De sterke verbetering van de waterkwaliteit in het Europa-scenario resulteert pas na een versnelde ontsnippering in een duurzaam herstel van gevoelige vispopulaties, waaronder de soorten van Europees belang. Het gericht inzetten van ontsnippering en waterzuivering kan deze vissoorten sneller in een goede toestand brengen, zonder dat dit het herstel van de overige soorten vertraagt.

  • Dankzij het milieubeleid wordt de overschrijding van de kritische last voor verzuring zo goed als verwaarloosbaar tegen 2030. Ondanks de vermindering van de stikstofdeposities blijven grote delen van de Vlaamse natuur kampen met overschrijdingen van de kritische last voor vermesting. Vooral in heidegebieden blijft dat een probleem.

  • In valleigebieden krijgt Vlaanderen de meeste kansen om zich op het vlak van biodiversiteit te profileren. Dit biedt ook kansen voor de buffering van overstromingen en de adaptatie aan klimaatverandering.

  • Om de oppervlakte bos per inwoner in Vlaanderen niet verder te laten dalen, is het aangewezen de oppervlakte bos minstens even sterk uit te breiden als de bevolking groeit. Dit betekent een bosuitbreiding van minstens 700 ha per jaar.

 

Volledige hoofdstuk :
Natuurverkenning 2030 - Hoofdstuk 9 Conclusies en aanbevelingen
Geanimeerde kaarten, grafieken en beschrijvingen van indicatoren :
Indicatorenatlas Mileu- en Natuurverkenning 2030

 

 
Natuurrapport 2009
H1 - Scenario's
H2 - Klimaat
H3 - Landgebruik
H4 - Waterlopen
H5 - Biotopen
H6 - Moerasvegetaties Kleine Nete
H7 - Terrestrische soorten
H8 - Vissen
H9 - Conclusies en aanbevelingen
Wetenschappelijke rapporten
 





  © 2014 Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - Disclaimer Home Contact Sitemap English Home Contact Sitemap Nederlands Vlaanderen Logo INBO